
Goud
Het begon met een stoel.
Niet zomaar een stoel, maar een oude houten stoel die ineens midden op het fietspad stond.
Mensen fietsten er langs zonder echt te kijken. Sommigen weken een beetje uit, anderen mopperden zachtjes omdat ze moesten remmen. Maar niemand vroeg zich af waarom die stoel daar stond.
Totdat Noor erlangs fietste.
Ze remde, zette haar fiets tegen een lantaarnpaal en liep naar de stoel toe. Hij zag eruit alsof hij al honderd jaar oud was: afgebladderde verf, één poot een beetje scheef, en op de zitting lag een klein briefje.
Ze vouwde het open.
"Ga zitten. Wacht vijf minuten. Vertrouw me."
Noor keek om zich heen. Niemand leek op haar te letten. De wind waaide door de bomen en ergens verderop blafte een hond.
“Waarom ook niet,” mompelde ze.
Ze ging zitten.
De eerste minuut gebeurde er niets.
De tweede minuut ook niet.
Maar in de derde minuut hoorde ze iets. Niet hard, meer alsof de wereld ineens zachter werd. Het geluid van auto’s verdween een beetje. Mensen praatten langzamer. Zelfs de wind leek rustiger.
En toen zag ze iets vreemds.
Iedereen die langs haar liep, had ineens een klein lichtje boven zijn hoofd. Sommige lichtjes waren fel en warm, andere flakkerden een beetje. Een paar waren bijna uit.
Noor knipperde met haar ogen.
Een man met een fel geel licht liep voorbij en glimlachte naar een vrouw met een bijna uitgedoofd licht. Hij hield de deur voor haar open van een café. Heel even werd haar licht weer iets sterker.
Noor keek om zich heen. Overal lichtjes. Verhalen. Momenten die normaal onzichtbaar waren.
Na precies vijf minuten voelde ze een tikje onder de stoel. Het briefje viel weer op de grond.
Nu stond er een nieuwe zin op.
"Zie je het? Iedereen draagt iets dat je niet kunt zien. Wees er voorzichtig mee."
Noor stond op, pakte haar fiets en reed verder.
Maar vanaf dat moment keek ze nooit meer op dezelfde manier naar mensen. 🌙
