
Drie maanden oud
Ik was drie maanden oud toen ik bij mijn pleeggezin kwam.
Drie maanden.
Te klein om te begrijpen wat er gebeurde. Te klein om te weten wie mijn moeder was, waarom ik niet bij haar bleef en waarom mijn leven vanaf dat moment een andere richting op ging.
Ik heb geen eigen herinnering aan die dag. Ik weet niet hoe het eruitzag. Ik weet niet wat ik voelde. Ik weet niet of ik huilde, sliep of misschien gewoon rustig in iemands armen lag.
Maar toch is die dag een van de belangrijkste dagen uit mijn leven.
Want vanaf dat moment werd mijn pleeggezin mijn thuis.
Mijn pleegouders werden de mensen die er voor mij waren. De mensen die mij zagen opgroeien. Mijn pleegbroer en pleegzus werden onderdeel van mijn leven, van mijn jeugd, van mijn herinneringen. Zij waren er terwijl ik groter werd en langzaam begon te ontdekken wie ik was.
En ergens in datzelfde verhaal was er ook mijn biologische moeder.
Een vrouw die altijd onderdeel van mijn leven zou blijven, ook al zag mijn leven er anders uit dan dat van veel andere kinderen.
Dat is misschien wel een van de moeilijkste dingen om uit te leggen.
Want hoe leg je uit dat je van verschillende mensen kunt houden, terwijl die mensen ieder een andere plek in je hart hebben?
Hoe leg je uit dat je pleegouders je ouders zijn geworden, maar dat je biologische moeder toch altijd je moeder blijft?
Mijn leven is ingewikkeld.
Dat is misschien wel de simpelste manier waarop ik het kan zeggen.
Er zijn dingen die ik begrijp. Dingen die ik niet begrijp. Dingen waar ik vrede mee heb gekregen en dingen waar ik nog steeds mee worstel.
En misschien is dat precies waarom ik dit verhaal wil vertellen.
Niet omdat mijn leven perfect is geweest. Integendeel.
Er is een periode geweest waarin ik mezelf steeds verder kwijtraakte. Een periode waarin de wereld om mij heen donkerder werd en het steeds moeilijker werd om daar nog licht in te zien.
Mijn depressie.
Als ik terugdenk aan de diepste periode daarvan, voelt het soms alsof ik naar iemand anders kijk. Maar tegelijkertijd weet ik dat ik het was.
Ik weet nog hoe zwaar het kon voelen om gewoon op te staan. Hoe gedachten zich konden opstapelen. Hoe je van buiten misschien nog gewoon jezelf lijkt, terwijl er vanbinnen iets langzaam kapot lijkt te gaan.
Ik zat diep.
Dieper dan ik misschien ooit aan iemand heb kunnen uitleggen.
En toch ben ik hier.
Misschien is dat wel waar mijn verhaal uiteindelijk over gaat.
Niet alleen over het meisje dat op drie maanden leeftijd bij een pleeggezin terechtkwam.
Niet alleen over mijn pleegouders, mijn pleegbroer en mijn pleegzus. Niet alleen over mijn biologische moeder. En ook niet alleen over de moeilijke dingen die ik heb meegemaakt.
Maar over alles wat mij heeft gemaakt tot wie ik vandaag ben.
Over liefde en gemis.
Over familie, ook als familie soms anders is dan je had verwacht.
Over vragen waarop niet altijd een antwoord komt.
Over vallen.
Over heel diep vallen.
En over proberen om daarna weer op te staan.
Dit is mijn verhaal.
En misschien begint het wel op de plek waar ik zelf nog geen herinneringen aan heb.
Drie maanden oud.
Een klein meisje dat nog niet kon weten hoeveel er in haar leven zou gebeuren.
